De wasmand is nooit leeg (en je mailbox ook niet)

"Ik wil gewoon mijn mailbox leeg hebben."

Ik hoor het geregeld van mensen die bij mij komen met stress- of burn-outklachten.
Ze werken nog wat langer door. Beantwoorden 's avonds nog snel een paar mails. Werken tijdens hun middagpauze iets af. Want als ze vandaag nog even doorzetten, zijn ze eindelijk bij.

En dan begint morgen.
Nieuwe mails. Nieuwe vragen. Een collega die iets nodig heeft. Een klant die belt. Een vergadering waar weer drie actiepunten uitrollen.

En voor ze het weten, proberen ze opnieuw iets af te werken wat eigenlijk nooit af kan zijn.

Dat doet me altijd aan de was denken.

Ooit gedacht: nu is álle was gedaan?

Het huishouden heeft van die wonderlijke bezigheden waar je eigenlijk nooit mee klaar bent.

Neem de was. Er zit een lading in de machine. Er hangt iets te drogen. Er ligt misschien nog een stapeltje dat geplooid moet worden. En ondertussen draag je kleren die vanavond alweer in de wasmand belanden.
Zelfs op dat glorieuze moment waarop de mand eindelijk leeg is, loop je waarschijnlijk al rond in de volgende lading.

De was is geen project met een begin en een einde. Het is een kringloop.

En misschien zit net daar een belangrijke sleutel tot rust. Niet in nóg efficiënter wassen, sneller plooien of harder proberen die mand leeg te krijgen. Maar in het besef dat die mand helemaal niet leeg hóéft te zijn.

Maar op het werk verwachten we dat blijkbaar wel

Op het werk doen we vaak precies het omgekeerde.
We willen onze mailbox leeg. Onze to-dolijst afgevinkt. Alle dossiers afgehandeld. Geen losse eindjes meer voor we naar huis gaan.

Op zich is daar niets mis mee. Het geeft voldoening om iets af te ronden - ons brein houdt van afgewerkte zaken. Er kruist iets van een vinkje in ons hoofd, en dat voelt goed.

Het probleem ontstaat wanneer we van een doorlopend proces een eindige taak proberen te maken. Want dan verschuift ook het moment waarop je jezelf toestemming geeft om te stoppen.

"Nog even dit." "Dan heb ik dat tenminste gehad." "Als ik deze mails nog beantwoord, begin ik morgen met een propere lei."

Alleen bestaat die propere lei meestal niet.

Terwijl jij mails beantwoordt, komen er nieuwe binnen. Terwijl jij taken afvinkt, ontstaan er andere. En terwijl jij probeert bij te benen, beweegt het werk gewoon rustig verder.

Misschien loop je niet achter

Dat vind ik een belangrijke gedachte.
Want mensen die langdurig onder stress staan, vertellen me vaak dat ze het gevoel hebben voortdurend achter te lopen.

Maar achterlopen veronderstelt dat er ergens een eindstreep is waar je eigenlijk al had moeten zijn. En wat als die eindstreep niet bestaat? Wat als een deel van je werk gewoon hetzelfde is als de was?

Er is werk dat gedaan is. Er is werk waar je mee bezig bent. Er is werk dat ligt te wachten. En er komt nieuw werk bij.

Dat hoeft niet automatisch te betekenen dat jij niet efficiënt genoeg bent, slecht georganiseerd, of dat je harder moet werken. Het kan net zo goed betekenen dat je midden in een proces zit dat nu eenmaal blijft doorlopen.

Dat onderscheid is niet zomaar een woordspelletje. Het bepaalt of je aan het eind van je dag naar huis gaat met "ik heb gefaald" of met "ik zit midden in iets dat nooit af is - en dat is normaal".

Stoppen terwijl er nog werk ligt

Misschien is dát wel een vaardigheid die we veel te weinig leren.
Niet: alles afwerken. Maar: kunnen stoppen terwijl er nog iets ligt.

Je laptop dichtklappen terwijl er nog zeven mails onbeantwoord zijn. Naar huis gaan terwijl er nog drie punten op je lijst staan. Een taak bewust naar morgen schuiven, zonder dat stemmetje dat zegt dat je eigenlijk nog even had moeten doorwerken.

Niet uit onverschilligheid. Niet omdat deadlines er niet toe doen. En ook niet omdat "grenzen" een excuus mogen worden om verantwoordelijkheid te ontlopen - laat me daar eerlijk in zijn, want zo bedoel ik het niet.

Maar omdat gezond werken ook betekent dat je het verschil leert voelen tussen:

"Dit moet vandaag af."

en

"Ik zou gewoon graag hebben dat álles af is."

Dat zijn twee heel verschillende dingen. Het eerste is een deadline. Het tweede is een verlangen naar een eindpunt dat er niet is - en dat is precies het verlangen dat mensen 's avonds achter hun laptop houdt.

Een lege mailbox is geen bewijs dat je goed gewerkt hebt

Misschien mogen we daarom ook anders naar een goede werkdag kijken.

Niet: heb ik alles afgewerkt?

Maar bijvoorbeeld: heb ik vandaag gedaan wat belangrijk was? Heb ik mijn prioriteiten bewaakt? Heb ik voldoende kwaliteit geleverd? En ben ik op een redelijk moment gestopt?

Want wie zichzelf pas rust toestaat wanneer alles gedaan is, maakt die rust afhankelijk van iets waar hij nauwelijks vat op heeft. Er zal namelijk altijd nog wel iets zijn. Een mail. Een taak. Een vraag. Een wasmachine die piept.

En misschien zit de rust niet in het moment waarop eindelijk alles gedaan is.
Misschien zit de rust in het besef dat niet alles gedaan hoeft te zijn om voor vandaag genoeg gedaan te hebben.

Herken je dat gevoel van voortdurend achterlopen, en lukt het je maar niet om te stoppen terwijl er nog werk ligt? Tijdens een coachingstraject kijken we samen naar de patronen die je "aan" houden, en naar manieren om gezonder met werk en rust om te gaan die bij jou passen. Je kunt vrijblijvend een kennismakingsgesprek inplannen.

Vorige
Vorige

Iedereen kijkt naar mij. Of toch niet?

Volgende
Volgende

Oké, je weet wat je niet meer wilt. Maar wat wil je wél?