Oké, je weet wat je niet meer wilt. Maar wat wil je wél?

Een van de vragen die ik bijna altijd stel tijdens een eerste gesprek is:

"Wat zou je graag willen bereiken met deze coaching?"

En heel vaak krijg ik ongeveer dit soort antwoorden:

"Ik wil niet meer zoveel piekeren." "Ik wil niet meer zo onzeker zijn." "Ik wil niet meer constant stress hebben." "Ik wil niet meer altijd rekening houden met wat anderen van mij denken." "Ik wil niet meer over mijn grenzen gaan."

Allemaal heel begrijpelijk. Je stapt tenslotte zelden naar een coach omdat alles fantastisch loopt. Er is iets waar je last van hebt. Iets waar je vanaf wilt.

Maar dan stel ik meestal een tweede vraag:
"Oké. En wat wil je dan wél?"

En opvallend genoeg is die vraag vaak een pak moeilijker.

Weten waarvan je weg wilt, is nog niet weten waar je naartoe wilt

Stel dat je zegt: "Ik wil niet meer zoveel piekeren."
Prima. Maar hoe ziet niet piekeren er eigenlijk uit?

Wil je sneller gedachten kunnen loslaten? Wil je meer vertrouwen dat je problemen wel aanpakt wanneer ze zich voordoen? Wil je 's avonds rustig in bed kunnen liggen? Wil je minder proberen te controleren wat je toch niet in de hand hebt?

Of iemand zegt: "Ik wil niet meer zo onzeker zijn."

Ook daar kunnen heel verschillende verlangens achter zitten. Misschien wil je beslissingen kunnen nemen zonder achteraf tien mensen om bevestiging te vragen. Misschien wil je iets durven zeggen in een vergadering. Misschien wil je vriendelijker naar jezelf kijken wanneer je een fout maakt. Misschien wil je jezelf niet langer voortdurend met anderen vergelijken.

Pas wanneer je begint te benoemen wat je wél wilt, ontstaat er richting.

Kijk naar waar je naartoe wilt

Ik moet daarbij vaak denken aan iets wat je leert tijdens een slipcursus.
Wanneer je wagen begint te slippen en er staat een boom langs de weg, is je natuurlijke reflex om naar die boom te kijken. Logisch ook. Je denkt: daar wil ik absoluut niet tegenaan rijden.
Alleen is dat net het gevaarlijke. Want je handen en je wagen volgen bijna vanzelf de richting waarin je blik gefixeerd is. Kijk je naar de boom, dan stuur je erheen.
Daarom leer je: kijk niet naar het obstakel, maar naar de vrije ruimte waar je wél naartoe wilt.
Niet omdat die boom plots niet meer bestaat. Hij staat daar nog altijd. Maar je blik moet ergens anders heen.

Ik vind dat een prachtige metafoor voor verandering.
We kunnen namelijk ontzettend goed benoemen waar de bomen staan. Wat er fout loopt. Wat ons stoort. Wat we niet meer willen. Welk gedrag we beu zijn, welke gewoonte moet stoppen, welke situatie we nooit meer willen meemaken.

En soms is dat ook nodig. Je moet een probleem eerst kunnen zien voor je er iets aan kunt veranderen.
Maar op een bepaald moment moet je blik verschuiven. Waar wil je dan wél naartoe?

"I have a dream"

Misschien is dat ook een van de redenen waarom de beroemde speech van Martin Luther King Jr. zoveel mensen wist te raken.
Hij ontkende het onrecht van zijn tijd allerminst. Integendeel. Hij benoemde discriminatie, segregatie en ongelijkheid glashelder.
Maar het beroemdste deel van zijn speech bleef daar niet steken. Hij zei niet alleen wat er fout was. Hij schetste wat er mogelijk zou kunnen zijn.

"I have a dream."

Een beeld van een andere toekomst. Een toekomst waarin zijn kinderen niet beoordeeld zouden worden op hun huidskleur, maar op wie ze werkelijk waren.
Dat is iets anders dan enkel zeggen: dit mag niet meer. Hij gaf mensen een beeld van: híér zouden we naartoe kunnen.
En misschien zit daar iets fundamenteels in. Mensen hebben niet alleen iets nodig om tegen te vechten. We hebben ook iets nodig om naartoe te bewegen.

Van "weg van" naar "op weg naar"

Dat betekent trouwens niet dat we alles maar positief moeten formuleren of onze negatieve gevoelens moeten wegduwen.

Ik geloof helemaal niet in "denk gewoon positief". Soms is iets gewoon moeilijk. Soms ben je kwaad. Bang. Verdrietig. Gefrustreerd. Soms moet je eerst kunnen zeggen: "Dit wil ik echt niet meer." Dat kan zelfs een belangrijk kantelpunt zijn.

Maar het is een vertrekpunt. Geen bestemming.
Want als ik alleen weet dat ik niet meer wil pleasen - hoe weet ik dan ooit of ik vooruitga? Zodra ik het anders formuleer, wordt het concreter:
"Ik wil rekening kunnen houden met anderen én mezelf daarbij niet voortdurend vergeten."

Niet: "Ik wil geen stress meer." Maar: "Ik wil beter leren herkennen wanneer spanning oploopt, en op tijd kunnen vertragen en herstellen."
Niet: "Ik wil niet meer bang zijn voor wat anderen denken." Maar: "Ik wil keuzes kunnen maken waar ik achter sta, ook wanneer iemand anders er anders over denkt."
Niet: "Ik wil niet meer zo streng zijn voor mezelf." Maar: "Ik wil mezelf kunnen aanspreken zoals ik iemand zou aanspreken die ik graag zie."

Voel je het verschil?

Het ene beschrijft wat moet verdwijnen. Het andere beschrijft wat je wilt ontwikkelen. En met dat laatste kun je ook echt aan de slag.

Probeer het eens bij jezelf

Misschien is er op dit moment iets in jouw leven waarvan je geregeld denkt: dit wil ik niet meer.

Schrijf die zin eens op. En laat hem vooral staan - je hoeft hem niet mooier of positiever te maken dan hij is.

Maar zet er daarna één vraag onder:
Als dit minder aanwezig zou zijn in mijn leven, wat zou ik dan graag in de plaats willen?

En probeer zo concreet mogelijk te worden. Niet alleen "ik wil gelukkig zijn", maar: waaraan zou je merken dat je gelukkiger bent? Wat zou je anders doen? Hoe zou je reageren? Waar zou je meer tijd aan besteden? Waar zou je minder energie aan verliezen? Welke keuze zou je misschien eindelijk maken?

Misschien merk je dan dat je niet langer alleen met het probleem bezig bent. Er verschijnt ook iets anders.
Een richting.

De boom blijft staan

Dat vind ik misschien nog het mooiste aan die metafoor van de slipcursus.Niemand vraagt je om te doen alsof de boom er niet staat. Je hoeft problemen niet te ontkennen. Je hoeft angst niet weg te redeneren. Je hoeft moeilijke omstandigheden niet plots "een kans" te noemen omdat dat nu eenmaal positiever klinkt.

Je mag zien wat er is. Maar je hoeft er niet naar te blijven staren.Want uiteindelijk is de belangrijkste vraag misschien niet alleen: waar wil ik vanaf?
Maar ook: waar wil ik naartoe?

De boom staat waar hij staat. Jij bepaalt waar je kijkt.

Vind je het lastig om te benoemen waar je wél naartoe wilt? Dat is precies iets waar we samen naar kunnen kijken. Tijdens een coachingstraject vertrekken we niet alleen van wat je achter je wilt laten, maar zoeken we ook naar de richting die bij jou past. Je kunt vrijblijvend een kennismakingsgesprek inplannen.

Vorige
Vorige

De wasmand is nooit leeg (en je mailbox ook niet)

Volgende
Volgende

Tussen zwart en wit ligt een hele wereld