Iedereen kijkt naar mij. Of toch niet?

Je loopt een ruimte binnen en hebt plots het gevoel dat iedereen naar je kijkt.

Je zegt iets tijdens een vergadering en struikelt een beetje over je woorden. De rest van die vergadering ben je vooral daarmee bezig.

Je staat op een feestje en wat verderop beginnen twee mensen te lachen. Heel even schiet het door je hoofd: lachen ze met mij?

Of je ontdekt ergens halverwege de dag een vlek op je trui, en vanaf dat moment lijkt die ongeveer de oppervlakte van West-Vlaanderen te beslaan.

Herkenbaar?
Welkom onder je eigen spotlight.

Het spotlight-effect

In de psychologie bestaat daar effectief een naam voor: het spotlight-effect.
We hebben de neiging om te overschatten hoezeer andere mensen op ons letten. We denken dat anderen veel meer opmerken van onze kleding, ons gedrag, onze onzekerheid en onze foutjes dan in werkelijkheid het geval is.

En eigenlijk is dat niet zo vreemd.
Jij beleeft de wereld nu eenmaal vanuit je eigen hoofd. Als jij zenuwachtig bent tijdens een presentatie, voel jij elke hartslag. Je hoort elk klein foutje dat je maakt. Je merkt dat je even naar een woord moet zoeken. Je voelt misschien zelfs dat je wangen warmer worden.
Voor jou staat dat allemaal op de voorgrond.
Maar degene die naar je luistert?
Die vraagt zich misschien af wat hij straks gaat eten. Of zijn eigen presentatie wel goed genoeg zal zijn. Of iemand ziet dat hij moe is. Of hij die ene mail nog moet beantwoorden.

We zijn allemaal het hoofdpersonage in ons eigen verhaal. En daardoor vergeten we soms dat we in het verhaal van iemand anders meestal maar een bijrolletje spelen.

Ze lachen. Dus ze lachen met mij.

Er gebeurt nog iets interessants wanneer we het gevoel hebben dat anderen op ons letten.
We gaan ook interpreteren.
Twee mensen kijken onze richting uit en zeggen iets tegen elkaar. Het gaat over mij.
Iemand antwoordt kort op een bericht. Heb ik iets verkeerds gezegd?
Je vertelt iets in een groep en iemand reageert nauwelijks. Ze vonden het vast stom.
Je collega loopt voorbij zonder goedendag te zeggen. Is die kwaad op mij?

Ons brein houdt niet zo van gaten in een verhaal. Als we niet weten waarom iemand iets doet, gaan we op zoek naar een verklaring. En opvallend vaak zetten we onszelf midden in die verklaring.

Terwijl er tientallen andere mogelijkheden zijn.
Misschien hadden die twee mensen het over iets totaal anders. Misschien had degene die kort antwoordde gewoon haast. Misschien was die collega zo in zijn eigen gedachten verzonken dat hij je letterlijk niet gezien heeft. Misschien reageerde die persoon niet op jouw verhaal omdat hij zélf niet goed wist wat hij moest zeggen.

We weten het niet.
En dat is precies het punt.

Wat weet je - en wat vul je in?

Ik zie dit mechanisme ook vaak terug in coaching. En niet alleen bij mensen die onzeker zijn - eigenlijk doen we het allemaal.

Er gebeurt iets. We nemen iets waar. En bijna meteen maken we er een verhaal van.

Feit: iemand kijkt naar mij. Verhaal: er zal wel iets mis zijn met hoe ik eruitzie.
Feit: iemand reageert kort. Verhaal: die persoon is geïrriteerd door mij.
Feit: ik maakte een fout tijdens mijn presentatie. Verhaal: iedereen denkt nu vast dat ik niet competent ben.

Het probleem is niet dat we interpreteren. Dat doet ons brein nu eenmaal voortdurend - het is hoe we de wereld hanteerbaar houden.
Het probleem ontstaat wanneer we vergeten dat onze interpretatie een interpretatie is, en ze gaan behandelen alsof het een feit is.

Maar mensen oordelen toch?

Ja. En daar wil ik ook niet flauw over doen.
Mensen kijken naar elkaar. Mensen vormen indrukken. Mensen hebben meningen. En soms zal iemand inderdaad iets van jou vinden.
Het zou nogal makkelijk zijn om te zeggen: "Trek je niets aan van wat anderen denken, want niemand kijkt naar jou." Zo werkt het natuurlijk niet.
Alleen overschatten we vaak hoeveel aandacht anderen aan ons besteden - én hoe lang die aandacht blijft hangen.
Denk maar eens omgekeerd. Iemand struikelt voor je op straat. Je ziet het. Misschien denk je heel even: oei. En vijf minuten later? Ben je alweer bezig met je boodschappenlijst, je werk, je kinderen, je telefoon of wat je vanavond gaat eten.
Voor die persoon zelf kan datzelfde moment ondertussen nog uren blijven nagalmen.
Dat verschil is het spotlight-effect in zijn meest menselijke vorm.

Iedereen heeft zijn eigen spotlight

Misschien is dat wel het meest bevrijdende inzicht.
Wanneer jij een ruimte binnenkomt en denkt hoe kom ik over?, zijn er waarschijnlijk nog vijf anderen die net zo goed denken: hoe kom ík over?
Wanneer jij bang bent dat iemand jouw onzekerheid ziet, is die ander misschien vooral bezig met het verbergen van die van zichzelf.

We lopen allemaal rond met een denkbeeldige spotlight boven ons hoofd. En omdat het licht voor onszelf zo fel voelt, denken we dat iedereen het ziet.
Terwijl de meeste mensen vooral onder hun eigen lamp staan.

Doe de spotlight even uit

De volgende keer dat je merkt dat je denkt:
Ze zullen wel denken dat… Ze kijken waarschijnlijk omdat… Iedereen heeft vast gemerkt dat…

kun je jezelf drie eenvoudige vragen stellen:

Wat weet ik werkelijk? Wat vul ik zelf in? Welke andere verklaring is minstens even waarschijnlijk?

Je hoeft jezelf niet wijs te maken dat niemand ooit naar je kijkt of iets van je vindt. Dat zou gewoon een ánder verhaal zijn.
Maar misschien hoef je evenmin automatisch te geloven dat alle ogen op jou gericht zijn.
Want meestal zijn andere mensen veel minder met jou bezig dan je denkt. Niet omdat je niet belangrijk bent. Maar omdat zij - net als jij - vooral in hun eigen verhaal zitten.
En misschien is dat eigenlijk best geruststellend.

 

Merk je dat je vaak blijft hangen in wat anderen van je zouden denken, en dat het je tegenhoudt? Tijdens een coachingstraject kijken we samen naar die verhalen die je onbewust maakt, en naar hoe je er wat meer ruimte en rust rond kunt vinden. Je kunt vrijblijvend een kennismakingsgesprek inplannen.

Vorige
Vorige

Wat komt er na jouw 'maar'?

Volgende
Volgende

De wasmand is nooit leeg (en je mailbox ook niet)