Tussen zwart en wit ligt een hele wereld

Voor of tegen?

Links of rechts?

Goed of fout?

Dader of slachtoffer?

Sterk of zwak?

Het lijkt soms alsof we overal een kant in moeten kiezen. Alsof er voor elke kwestie precies twee vakjes bestaan, en het vooral de bedoeling is dat je zo snel mogelijk beslist in welk vakje jij thuishoort.
En zodra je gekozen hebt, wordt blijkbaar verwacht dat je de rest van het pakket er meteen bij neemt.

Ben je links, dan hoor je ongeveer dít te denken. Ben je rechts, dan dat. Ben je voor strengere migratieregels, dan zul je wel weinig empathie hebben voor mensen die vluchten. Vind je dat mensen verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun eigen leven, dan heb je blijkbaar geen oog voor ongelijkheid. Heb je begrip voor iemand die het moeilijk heeft, dan mag je die persoon vooral niet te veel aanspreken op zijn eigen aandeel.

Maar wat als ik nu eens allebei wil?
Wat als ik geloof dat mensen verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen leven én erken dat we niet allemaal met dezelfde kaarten beginnen?
Wat als ik begrip kan hebben voor waaróm iemand iets doet én tegelijk kan vinden dat wat die persoon doet niet oké is?
Wat als ik grenzen wil stellen én mild wil blijven?
Wat als ik individuele vrijheid ontzettend belangrijk vind én geloof dat we ook verantwoordelijkheid dragen voor elkaar?
Wat als ik een werkgever begrijp die door de omstandigheden moet reorganiseren én de angst en boosheid begrijp van de werknemer die daardoor zijn job dreigt te verliezen?


Misschien hoeven die dingen elkaar helemaal niet uit te sluiten.
Misschien ligt er tussen zwart en wit een veel grotere wereld dan we soms denken.

Zwart-wit is nu eenmaal makkelijker

Ik snap overigens heel goed waarom we zo graag in tegenstellingen denken.
Het maakt de wereld overzichtelijk.
Als jij fout bent en ik juist, hoef ik niet meer zoveel na te denken. Als jouw kamp het probleem is en het mijne de oplossing, hoef ik mijn eigen overtuigingen niet telkens opnieuw tegen het licht te houden.
Er zit zelfs iets comfortabels in.
Want zodra ik toelaat dat iemand met wie ik het fundamenteel oneens ben tóch ergens een punt heeft, gebeurt er iets vervelends.
Dan moet ik misschien opnieuw naar mijn eigen standpunt kijken. Misschien zie ik iets over het hoofd. Misschien is mijn waarheid niet dé waarheid, maar een deel ervan. Misschien weet ik het even zelfs niet meer.
En dat is een stuk ongemakkelijker dan gewoon gelijk hebben.

Je kunt iemand begrijpen zonder hem gelijk te geven

Dat onderscheid vind ik zelf ontzettend belangrijk.
Begrijpen is niet hetzelfde als goedkeuren.
Ik kan proberen te begrijpen waarom iemand geworden is wie hij is, waarom hij bepaalde keuzes maakt, waarom hij op een bepaalde manier reageert - zonder daarmee te zeggen dat alles wat die persoon doet oké is.
Sterker nog: ik denk dat we mensen pas echt kunnen zien wanneer we die twee dingen tegelijk kunnen vasthouden.


Iemand kan gekwetst zijn én anderen kwetsen.
Iemand kan slachtoffer zijn van de omstandigheden én verantwoordelijkheid dragen voor wat hij vervolgens met die omstandigheden doet.


Een ouder kan vanuit liefde handelen én zijn kind beschadigen.
Een partner kan goede bedoelingen hebben én gedrag stellen dat voor de ander onaanvaardbaar is.

Een bedrijf kan een economisch begrijpelijke beslissing nemen én daarmee mensen diep raken.

Het ene wist het andere niet uit.
Dat is voor mij precies waar én-én-denken over gaat. Niet voortdurend proberen uit te maken welke kant "de juiste" is, maar kunnen verdragen dat twee ogenschijnlijk tegenstrijdige dingen tegelijk waar kunnen zijn.

Maar grijs denken betekent niet dat álles grijs is

Daar zit voor mij wel een belangrijke grens.

Nuance wordt soms verward met nergens meer voor durven staan. Alsof én-én-denken betekent dat iedereen wel een beetje gelijk heeft, dat alles relatief is, en dat we uiteindelijk maar ergens braaf in het midden moeten gaan zitten.

Dat geloof ik niet.

Sommige dingen zijn verkeerd. Sommige grenzen moeten duidelijk zijn. Soms moet je kiezen. En soms zijn twee waarden gewoon niet volledig met elkaar te verzoenen.

Én-én-denken betekent voor mij dus niet dat je nooit meer een standpunt inneemt.

Het betekent dat je, vóór je een kant afschrijft, probeert te onderzoeken wat daar misschien óók waar of waardevol aan is. Dat je niet automatisch denkt: als jij hierin gelijk hebt, moet ik dus ongelijk hebben.
Misschien hebben we allebei een stukje beet. Misschien kijken we gewoon vanuit een andere hoek.

Polarisatie begint misschien kleiner dan we denken

Wanneer we het over polarisatie hebben, denken we al snel aan politiek, sociale media en verhitte maatschappelijke discussies.
Maar volgens mij begint het veel dichter bij huis.
In gesprekken. In relaties. Op het werk. In families.
Op het moment dat iemand iets zegt waarmee we het niet eens zijn, en we tijdens zijn uitleg alweer bezig zijn ons tegenargument te formuleren.

We luisteren dan niet meer om te begrijpen. We luisteren om te antwoorden.

Dat merk ik in mijn werk als bemiddelaar keer op keer. Twee mensen die tegenover elkaar zitten, allebei rotsvast overtuigd van hun eigen verhaal, allebei vooral wachtend op hun beurt om het te weerleggen. En vaak kantelt er pas iets op het moment dat de een écht hoort wat de ander zegt - niet om het meteen over te nemen, maar om te begrijpen hoe die ander erbij komt. Dat ene moment van echt luisteren doet soms meer dan maanden discussiëren.

Misschien zouden we onszelf af en toe een andere vraag mogen stellen:
Wat ziet deze persoon wat ik op dit moment misschien niet zie?

Dat betekent niet dat je daarna van gedacht moet veranderen. Misschien luister je twintig minuten naar iemand en denk je nog altijd: nee, ik zie het echt anders. Prima.

Maar misschien begrijp je wel beter hóé iemand tot dat standpunt gekomen is. En alleen dat al verandert iets.
De ander is dan niet langer "iemand van de andere kant", maar opnieuw een mens met ervaringen, angsten, overtuigingen, belangen en waarden.

Net zoals jij.

Misschien hebben we wat meer grijstinten nodig

Niet omdat grijs mooier is dan zwart of wit.
Maar omdat de werkelijkheid nu eenmaal zelden netjes in twee vakjes past.
Mensen zijn tegenstrijdig. Relaties zijn tegenstrijdig. Samenlevingen zijn tegenstrijdig. En soms zijn wij dat zelf ook.
We kunnen sterk zijn én bang. Dankbaar én verdrietig. Van iemand houden én niet meer met die persoon verder kunnen. Tevreden zijn met ons leven én verlangen naar iets anders. Zelfvertrouwen hebben én ons op sommige momenten ontzettend onzeker voelen.

Misschien hoeven we die tegenstellingen niet altijd op te lossen.
Misschien mogen ze soms gewoon naast elkaar bestaan.

Ik merk in elk geval dat ik steeds minder geïnteresseerd raak in de vraag wíé gelijk heeft, en steeds meer in de vraag wat we nog niet zien.

Want tussen zwart en wit liggen niet alleen heel veel tinten grijs. Er ligt soms een hele wereld die pas zichtbaar wordt zodra we bereid zijn om niet meteen een kant te kiezen.

En jij?

Zijn er situaties waarin jij merkt dat je snel in of-of terechtkomt?
Een conflict waarin iemand gelijk móét hebben. Een keuze waarbij je denkt dat je tussen twee dingen moet kiezen. Een overtuiging waar weinig ruimte meer omheen zit.

Probeer de vraag eens om te draaien.
Niet: welke kant is juist?
Maar: wat als er in beide kanten iets zit dat ik mag meenemen?
Soms ontstaat er net daar, tussen twee ogenschijnlijke tegenstellingen, ruimte voor een derde mogelijkheid die je daarvoor nog niet kon zien.

Wil je onderzoeken waar jij vastloopt in patronen, overtuigingen of keuzes - en hoe je daar met meer ruimte en nuance naar kunt kijken? Bij Find Balance begeleid ik je graag om niet te zoeken naar het antwoord dat je "zou moeten" geven, maar naar wat voor jou klopt.

Je kunt vrijblijvend een kennismakingsgesprek inplannen.

Vorige
Vorige

Oké, je weet wat je niet meer wilt. Maar wat wil je wél?

Volgende
Volgende

Mag ik het ook gewoon even niet weten?